‘Mantelzorgers van oudere migranten zijn vaak onbekend met dementie’

24 mei 2016
Datum bijeenkomst: 
17 mei 2016

Hoe kunnen hulpverleners laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden herkennen? En hoe kunnen ze hier het beste mee omgaan? Deze vragen stonden centraal tijdens de themabijeenkomst ‘Kleurrijke en toegankelijke dementiezorg’, die het Deltaplan Dementie in samenwerking met lidorganisatie Pharos organiseerde.

Het expertisecentrum gezondheidsverschillen Pharos is sinds december 2015 lid van het Deltaplan Dementie. De organisatie zet haar kennis en expertise in om de grote gezondheidsverschillen terug te dringen en de toegankelijkheid en kwaliteit van (gezondheids)zorg voor laagopgeleiden, migranten en vluchtelingen te vergroten. Daarnaast biedt Pharos hulp bij de ontwikkeling van toegankelijke en begrijpelijke informatievoorziening, omdat de nu beschikbare informatie vaak niet geschikt is voor laagopgeleiden en laaggeletterden. Jennifer van den Broeke, senior projectleider bij Pharos, legt uit dat er in de afgelopen decennia veel verbeterd is in de gezondheidszorg en de gezondheid van Nederlanders. Alleen is dit niet eerlijk verdeeld. Zo ervaren mensen met een lage sociaal-economische status over het algemeen een slechtere gezondheid. Zij hebben vaker last van hoge bloeddruk, diabetes, depressies, stress en bewegen te weinig. Dit heeft onder andere te maken met de fysieke en sociale leefomgeving, etniciteit (genetische en culturele verschillen), leefstijl, opleiding, het wel of niet hebben van een baan en het sociale netwerk.

 

Goede zorg voor kwetsbare groepen

Ruim 10% van het aantal mensen met dementie is migrant. Dit aantal stijgt ruim twee keer zo snel als het aantal autochtonen met dementie. Veel migranten weten weinig tot niks over dementie en hebben moeite om de beschikbare informatie te bergrijpen. Ook rust er een taboe op de ziekte en dit zorgt voor extra verdriet en grotere risico’s op overbelasting van mantelzorgers. Daarom helpt Pharos zorgprofessionals bij het verlenen van goede zorg aan kwetsbare groepen, zoals migranten, laagopgeleiden en vluchtelingen. Ze doet dit door zorgprofessionals te ondersteunen met kennis en expertise over het beter bereiken van deze mensen, het toegankelijker maken van informatie en het bespreekbaar maken van dementie. Daarnaast krijgen ze hulp bij het herkennen van mensen die laaggeletterd zijn en beperkte gezondheidsvaardigheden hebben. Zo verzorgt Marjan Mensinga, sociaal psychiatrisch verpleegkundige, voor Pharos trainingen over effectieve communicatie met laagopgeleiden, migranten en vluchtelingen. Deze trainingen zijn geschikt voor iedereen die werkt in de zorg, het onderwijs, voor een wijkteam of gemeente.

 

Beter omgaan met laaggeletterdheid

Marjan geeft de aanwezigen tijdens de bijeenkomst een mini-training over het herkennen van laaggeletterdheid bij cliënten en hoe hiermee om te gaan. ‘Als er sprake is van laaggeletterdheid of beperkte gezondheidsvaardigheden, dan is het belangrijk dat een hulpverlener de communicatie aanpast. Spreek duidelijk en niet te snel, gebruik eenvoudige en korte zinnen in de tegenwoordige tijd en vermijd jargon. Er zijn grofweg drie vragen die iemand moet begrijpen na een gesprek: ‘Wat heb ik?’, ‘Wat moet ik doen?’ en ‘Waarom is dat belangrijk?’ Marjan legt uit dat de eerste generatie Turkse en Marokkaanse mensen in Nederland vaak laag opgeleid is, of zelfs niet opgeleid. ‘Zij hebben vanuit het eigen land ideëen over de ziekte meegenomen, bijvoorbeeld ‘dat er weinig aan te doen is’ en ‘dat dementie nu eenmaal bij ouder worden hoort’. En de mantelzorgers van oudere migranten met dementie zijn vaak onbekend met het ziektebeeld. Bij Marokkaanse families (maar ook bij andere culturen) wordt vaker van de (schoon)dochter verwacht dat zij mantelzorg verleent aan haar (schoon)ouder. Deze zorg kan ten koste gaan van het eigen gezin, maar het inschakelen van zorg van buiten kan als gezichtsverlies ervaren worden.’ Een hulpverlener kan verschillende dingen doen voor een mantelzorger van een oudere migrant met dementie. ‘Informeer of de mantelzorger deze taak nog aankan. Vraag ook of er andere familieleden zijn die kunnen meehelpen. Bovendien is het belangrijk om te checken of de mantelzorger alle informatie van de arts of andere medisch specialist begrijpt.’ Daarnaast is het belangrijk om iets te weten over de achtergrond van de oudere migrant zelf. Denk dan aan gebeurtenissen van vroeger, geloof en cultuur, gewoontes en taal.

 

Hieronder kunt u de presentaties en toegezegde gesprekslijsten downloaden: