“Mooi om te zien hoe enthousiast alle betrokkenen zijn om de zorg voor migranten te verbeteren”

25 augustus 2020

In 2030 is één op de drie 65-plussers in de vier grote steden migrant. Onder oudere migranten komt dementie vaker voor in vergelijking met autochtone ouderen, maar zij krijgen niet altijd de zorg en ondersteuning die nodig is. De adviestrajecten van Dementiezorg voor Elkaar leiden tot meer begrip voor de leefwereld van migranten met dementie, betere samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals en daardoor beter passende zorg en ondersteuning. Jennifer van den Broeke, senior adviseur bij Expertisecentrum Pharos, vertelt over het succes van deze adviestrajecten.

Het aantal oudere migranten met dementie in Nederland stijgt sneller dan het aantal autochtone mensen met dementie. Migranten maken doorgaans weinig gebruik van professionele zorg en ondersteuning. Enerzijds omdat het aanbod van dementiezorg en -ondersteuning niet aansluit bij wat ze nodig hebben, anderzijds omdat ze niet op de hoogte zijn van dat aanbod. Hoog tijd dus om daar verandering in te brengen. In de adviestrajecten van Dementiezorg voor Elkaar deelt Jennifer van den Broeke haar kennis en expertise met (bestaande) samenwerkingsverbanden van zorg- en welzijnsprofessionals, die daarmee de zorg en ondersteuning beter kunnen afstemmen op de persoonlijke leefwereld van migranten met dementie en hun naasten. En daar blijkt veel behoefte aan. “Ik vind het mooi om te zien hoe betrokken en enthousiast professionals en bestuurders zijn om de zorg voor deze kwetsbare groep in de samenleving te verbeteren”, zegt ze.

 

Meet & greet

Betere zorg en ondersteuning aan migranten met dementie en hun mantelzorgers begint bij goede samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals. Maar hoe pak je dat aan als er in je regio geen ketensamenwerking of dementienetwerk is, terwijl er juist wél veel migranten met dementie wonen? Een voorbeeld is het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West, waar verhoudingsgewijs veel migranten wonen die relatief weinig bij de geheugenpoli terechtkomen. “Voor veel migranten is dementie een relatief onbekend verschijnsel. Bij klachten zullen ze dus niet snel naar de huisarts of de geheugenpoli gaan”, vertelt dr. Jennifer van den Broeke, senior adviseur bij Pharos en adviseur bij Dementiezorg voor Elkaar. Hoe krijg je deze groep dan in het vizier? In Nieuw-West is een zogenaamde carrouselbijeenkomst georganiseerd, een soort meet & greet voor zorg- en welzijnsprofessionals. “Het idee achter zo’n bijeenkomst is dat zorg- en welzijnsprofessionals uit hetzelfde stadsdeel of dezelfde wijk ontdekken welke kennis en vaardigheden hun collega’s in huis hebben. Collega’s van welzijnsorganisaties weten hoe je in contact komt met migrantenorganisaties, terwijl andere collega’s naast Nederlands misschien ook Turks of Marokkaans spreken. Als je elkaar al eens gezien en gesproken hebt, dan is de drempel een stuk lager om elkaar even te bellen als je in de dagelijkse praktijk ergens tegenaan loopt”, zegt Van den Broeke. 

 

“Je kan met kleine stappen veel bereiken als je bereid bent je te verdiepen in de identiteit en leefwereld van cliënten”

 

Turkse liedjes en fotoboeken

Een ander adviestraject focuste op de oprichting van een kennisnetwerk voor cultuursensitieve zorg in de regio Zwolle. De aanleiding? De meeste cultuurspecifieke zorgaanbieders blijken onvoldoende kennis te hebben over dementie en veel reguliere zorginstellingen hebben weer weinig kennis over het bieden van zorg aan migranten. Van den Broeke noemt een praktijkvoorbeeld: “Een Turkse familie vroeg aan een Zwolse zorginstelling of zij zorg bieden aan mensen met een Turkse achtergrond. Het antwoord van de zorginstelling was dat de deur voor iedereen openstaat.” De zorginstelling wist echter niet hoe deze cultuursensitieve zorg er in de dagelijkse praktijk uit moest zien. Het hoeft niet altijd groots te worden aangepakt, zegt Van den Broeke. “De zorginstelling maakte een zithoek met Turkse tijdschriften en zette de televisie af en toe op een Turks kanaal. Later hoorden we van een Rotterdamse organisatie dat ze bij de dagbesteding via YouTube naar Turkse en Marokkaanse liedjes luisteren, of mooie fotoboeken over Turkije en Marokko lenen in de bieb. Deze kleine aanpassingen helpen mensen met een niet-Nederlandse achtergrond zich thuis te voelen. Je kan met kleine stappen veel bereiken als je bereid bent je te verdiepen in de identiteit en leefwereld van cliënten.”

 

Meer bewustwording

Volgens Van den Broeke is de kracht van de adviestrajecten dat de vijf betrokken partners (naast Pharos zijn dit Movisie, Nivel, het Trimbos-instituut en Vilans) de nieuwste inzichten uit onderzoek meenemen, die de samenwerkingsverbanden direct kunnen benutten in de dagelijkse praktijk. “Uit het lopende onderzoek Taking care of Caregivers van de Universiteit voor Humanistiek blijkt bijvoorbeeld dat de zorg voor oudere migranten met dementie vaak op de schouders van één mantelzorger terechtkomt, die het steeds zwaarder krijgt naarmate de ziekte vordert. Toch blijft het delen van zorg vaak onbesproken”, vertelt Van den Broeke. Een gesprek met migranten over het delen van zorg werkt alleen als verschillende partijen het gesprek met de familie aangaan, dus ook de huisarts en de medewerkers van de geheugenpoli. Het is daarom bij deze doelgroep belangrijk om zo vroeg mogelijk in het proces veel uitleg te geven over de ziekte en het beloop ervan. Dat begint al in de wachtkamer van de huisarts: samen met Dementiezorg voor Elkaar werkte Pharos aan een wachtkamervideo die de bewustwording over dementie vergroot en migranten in hun eigen taal vertelt waar zij terecht kunnen met vragen. 

 

“De manier waarop wij werken binnen onze adviestrajecten helpt de neuzen dezelfde kant op te krijgen”

 

Bij elkaar te rade gaan

Een belangrijk voordeel is dat de adviseurs van Dementiezorg voor Elkaar geen onderdeel uitmaken van de bestaande samenwerkingsverbanden en dus als ‘buitenstaanders’ onafhankelijk advies kunnen geven. Die manier van werken helpt de neuzen dezelfde kant op te krijgen en dat sluit volgens Van den Broeke weer goed aan bij wat migranten met dementie en hun mantelzorgers nodig hebben. “Als een huisarts goed werk doet maar geen contact heeft met de dagbesteding, dan zal de migrant met dementie zich niet snel bij die dagbesteding aanmelden. Is de huisarts wél op de hoogte van het aanbod van de dagbesteding, dan kan hij of zij dit aan de migrant met dementie uitleggen. Op die manier zorgen we ervoor dat migranten de zorg en -ondersteuning krijgen die ze nodig hebben”, zegt Van den Broeke. Het ondersteunen en stimuleren van samenwerkingsverbanden sluit ook goed aan bij de behoefte van zorg- en welzijnsprofessionals. “Het is frustrerend als het niet lukt om goede dementiezorg en -ondersteuning te bieden aan migranten, terwijl je dat wel graag wilt. Het is fijn om dan domeinoverstijgend bij elkaar te rade te gaan en ook samen passende oplossingen te bedenken. De adviestrajecten van Dementiezorg voor Elkaar bieden een extra steuntje in de rug.” 

 

De resultaten

  • Afronding van een adviestraject over de oprichting van een regionaal netwerk in de regio Zwolle dat de uitwisseling van op beleids- en uitvoeringsniveau over kwaliteit van zorg en cultuursensitieve zorg mogelijk maakt
  • Afronding van een adviestraject dat bestond uit een carousselbijeenkomst waarmee het Zorgpad dementie bij migranten voor de huisartsenpraktijk gevuld kon worden met contactgegevens van professionals in de buurt. Ook is er een handleiding over hoe je zelf een carrouselbijeenkomst kunt organiseren
  • Een wachtkamervideo in het Nederlands, Engels, Turks en Arabisch over de symptomen van dementie, die de bewustwording over de ziekte vergroot migranten in hun eigen taal vertelt waar zij terecht kunnen met vragen
  • Aandacht voor migranten met dementie en hun mantelzorgers in de herziene Zorgstandaard Dementie
  • Het meenemen van de niet-Westerse achtergrond en inkomen in het Register Dementie
  • Organisatie van diverse bijeenkomsten (onder andere over voorbeelden van dementiezorg aan migranten voor bestuurders en middelmanagement van zorgorganisaties, over de niet pluis-fase met migranten met dementie en laaggeletterdheid als centrale thema’s en over cultuursensitieve communicatie en zorg