De leefomgeving van mensen met dementie: van opname en verblijf naar verhuizen en wonen

14 september 2016
Datum bijeenkomst: 
7 september 2016

Hoe bouwen we aan een stimulerende (fysieke) leefomgeving voor mensen met dementie? Deze vraag stond centraal tijdens de bijeenkomst ‘Bij wonen en welzijn’, die het Deltaplan Dementie in samenwerking met lidorganisatie Dementie-winkel.nl organiseerde.

Zowel voor thuiswonende mensen met dementie als voor mensen met dementie in een zorginstelling, heeft de (fysieke) leefomgeving grote invloed op het gevoel van welbevinden en het gedrag. En daarmee ook op het welzijn van hun mantelzorgers. In een leefomgeving met de juiste ‘prikkels’ kunnen mensen met dementie intuïtief beter functioneren. Hoe dit precies werkt, legt dr. Anneke van der Plaats uit. Zij is sociaal geriater, co-auteur van diverse boeken, waaronder De Wondere Wereld van Dementie en oprichter van het BreinCollectief, een groep experts die zich bezighoudt met mensen met een hersenaandoening. Van der Plaats vertelt dat beschadigde hersenen, en daarmee ook die van mensen met dementie, statische en geluidloze prikkels niet meer kunnen verwerken. Kale gangen of ongezellige zitkamers zijn niet geschikt voor mensen met dementie: als er niets te beleven valt, neemt de onrust vaak toe. Dynamische prikkels kunnen ze wél verwerken, en die hebben ze ook hard nodig. Daarom worden er in verpleeghuizen steeds vaker beleefplekken gecreëerd: een hoekje dat is ingericht met - bij voorkeur - herkenbare attributen uit de jeugd van de bewoners. Of een nisje met een comfortabele fauteuil, een schemerlamp en muziek van vroeger. En een eigen kamer in een verpleeghuis klinkt misschien goed, maar kan - vooral ’s nachts wanneer het donker en stil is - erg bedreigend zijn voor mensen met dementie. Vaak ontstaat dwaal- of roepgedrag, in een poging de stilte te doorbreken. Om dit te voorkomen, is het belangrijk voor voldoende (herkenbare) dynamische prikkels te zorgen. Denk bijvoorbeeld aan bewegende lichtjes, een lamp die langzaam van kleur verandert of rustige muziek. Daarnaast is (ook thuis) een herkenbare inrichting met een logische indeling, voldoende licht en contrasterend kleurgebruik belangrijk, zodat mensen als vanzelf de weg kunnen vinden.

 

Van verblijf naar wonen

Bouwen aan een (fysieke) leefomgeving voor mensen met dementie vraagt om een nieuwe manier van kijken: van ziekte en zorg en de bijbehorende systemen naar de eigen leefwereld van de individuele mens. Soms is met eenvoudige aanpassingen (in de thuissituatie) al veel te bereiken, maar in andere gevallen is ander bouwbeleid nodig om de eigen leefsituatie te optimaliseren. Anneke Nijhoff, conceptontwikkelaar Wonen en Services bij FAMEgroep, werkte vijfentwintig jaar in de verpleeghuiszorg en is overtuigd van een nieuw perspectief: we moeten niet meer alleen kijken naar aandoening en leeftijd, maar ook naar de (sociale, culturele) achtergrond van een individu. Hoe kunnen we die eigenheid van leven vasthouden, ook in het verpleeghuis? Nijhoff pleit dan ook voor een alternatief van het traditionele verpleeghuis. Zo hoeven we niet meer te spreken van opname en verblijf, maar kunnen we spreken van verhuizen en wonen. Dit begint volgens Nijhoff met een bredere visie op wonen en ondersteuning voor mensen met dementie. Denk aan zorgappartementen die deel uitmaken van een straatje of pleintje, met een buurtkamer of -keuken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Of kleine dingen als het bekende koffiekopje, het zelfgehaakte kleedje of het eigen bed. We kunnen dit bereiken door zowel zorgprofessionals, mensen met dementie, de familie als wetenschappers te betrekken bij het creëren van een veilige en herkenbare leefomgeving te die rekening houdt met de identiteit van degene met dementie.

 

Anders wonen en bouwen

De bijeenkomst sluit af met een levendige forumdiscussie. Jacqueline Rempt, eigenaar van Dementie-winkel.nl en medeorganisator van deze middag, vindt dat mensen na de diagnose dementie een positief handelingsperspectief moet worden aangereikt. ‘Het leven houdt niet op na de diagnose. Je kan de omgeving op zo’n manier aanpassen dat mensen met dementie intuïtief geholpen worden beter om te gaan met hun handicaps, zonder daar over te hoeven nadenken. Zo kunnen zij redelijk normaal functioneren en dat neemt veel stress weg.’ Eric van Pinxteren, locatiemanager ZZG Zorggroep Nijmegen, heeft kleinschalig wonen omarmd. ‘In ons woonzorgcentrum in Groesbeek zijn acht appartementen geclusterd rond een buurtkamer. De bewoners worden verleid om samen iets te ondernemen, maar kunnen zich ook terugtrekken als ze dat liever willen.’ Een eigen bed meenemen mag ook, zolang dit aan de Arbowetgeving voldoet. Volgens Henri Snel, onderzoeker naar ‘Alzheimer en Architectuur’ en hoofd inter-architecture aan de Gerrit Rietveld Academie, moeten we samen met mensen met dementie oplossingen bedenken. ‘En door mijn studenten te betrekken bij dit soort onderwerpen, weet ik zeker dat we straks betere, meer toekomstbestendige gebouwen krijgen.’ Het aanpassen van bestaande gebouwen is natuurlijk ook een optie. Zo is in een verpleeghuis, waar de bewoners graag buitenruimte wilden, een woning opgeofferd om een binnentuin te creëren met gras, vogelgeluiden en veel lichtinval. Een relatief goedkope oplossing die bovendien veel positieve reacties opleverde.

 

U kunt hier de presentaties van de bijeenkomst 'Bij wonen en welzijn' downloaden.

 

Ter inspiratie:

  • Hier opent u het artikel 'Een alternatief voor het verpleeghuis?'
  • Hier opent u het werkboek 'Inrichting zonder ZZG'