De praktijk verbeteren op de werkvloer

14 november 2014

Het Deltaplan Dementie bood vertegenwoordigers van zorginstellingen, zorgverzekeraars en regionale dementienetwerken de gelegenheid tijdens een interactieve brainstormsessie op 6 november om met elkaar in gesprek te gaan over wat er nodig is om de kwaliteit van zorg voor mensen met dementie te verbeteren. Aanleiding is het verbeterplan dat het Deltaplan Dementie voor de verbetering van de zorgpraktijk heeft ontwikkeld. Workshop-moderator Robbert Huijsman, lid van het bestuur Deltaplan Dementie en manager Kwaliteit en Innovatie van Achmea nodigde de aanwezigen uit om het programma – dat een grondige voorbereiding kent – 'nu echt te laten vliegen'.  

Het verbeterplan zorgpraktijk dementie
Eén van de drie onderdelen van het Deltaplan Dementie heeft als doel de zorg voor mensen met dementie verder te verbeteren. Hiervoor zijn in samenspraak met vertegenwoordigers uit het dementieveld kort voor de zomer twee plannen opgeleverd. Eén over de implementatie van de zorgstandaard dementie (trekker Vilans) en één over de opzet van een landelijk register (trekker Achmea). Beide plannen hebben tot doel om de  zorg voor mensen met dementie, zowel nu als in de toekomst, te verbeteren en tegelijkertijd betaalbaar te houden.

 

Na een korte presentatie door Annette de Ruiter van Achmea en door Corine van Maar van Vilans wisselden de deelnemers in subgroepen ideeën uit over drie belangrijke voorwaarden voor verbetering van de zorgpraktijk: de organisatie van regionale dementiezorg, de financiering en het draagvlak voor registratie.

 

 

Workshop Organisatie
Corine van Maar van Vilans leidde de workshop Organisatie in met de stand van zaken van het Praktijk Verbeterprogramma. Zij nodigde de deelnemers uit om mee te denken over hoe het programma kan werken, wie er aan minimaal aan boord moeten zijn, welke kartrekkers je nodig hebt en welk organisatiemodel gewenst is.

 

Geconcludeerd werd dat het belangrijk is om goed aan te sluiten bij de locale situatie: Laat de regio zelf met ideeën komen en laat hen een verbeterplan maken op basis van de Zorgstandaard Dementie. Stimuleer ook de regio’s via benchmarks en spiegelinformatie. Maak het niet vrijblijvend en ga ook niet aan ‘dode paarden trekken’. Hoe stevig is een netwerk? Zijn er duidelijke doelen aanwezig? Welke uitkomsten wil een netwerk over 5 jaar gerealiseerd hebben? Maak doelen concreet en meetbaar. Wat zijn locale drijfveren en wie zijn de stakeholders? Benut regionale trekkers zoals de zorgverzekeraar en de ketencoördinatoren en maak zichtbaar wat er al gebeurt. Een belangrijk aspect is om contact te leggen met gemeenten. In de praktijk blijkt dat lastig. Persoonlijke relaties, begrip en ook enig geduld kunnen behulpzaam zijn. Ook cliëntenorganisaties kunnen een goede insteek zijn.

 

Workshop Financiering
Ook in de workshop 'financiering' werd levendig gediscussieerd. De analyse dat het huidige financieringsstelsel ketensamenwerking in de weg staat werd breed gedeeld. Door de schotten in de financiering zit het geld ‘vast’. Kosten en baten vallen bij verschillende partijen. De verschillende verantwoordingsregimes kosten onnodig veel tijd. Financiële belangen en concurrentieoverwegingen bemoeilijken regionale samenwerking. Gepleit werd voor een meer eenduidige financiering en ook voor meer continuïteit. Bied de regio duidelijkheid en houvast door meerjarige afspraken te maken. Stimuleer zowel zorgaanbieders als –verzekeraars tot samenwerking en kom zo tot één (cliëntgebonden)budget, één beleid en één verantwoording. Stuur daarbij zoveel mogelijk op uitkomsten. Vervolgens is gesproken over wat het Deltaplan Dementie hieraan kan bijdragen. In elk geval zouden voor deelname aan het verbeterprogramma op dit punt heldere eisen moeten gelden: Ketens moeten een duidelijke structuur hebben,verantwoording afleggen en open staan voor andere partijen. Ook wordt het Deltaplan opgeroepen om kleur bekennen en te pleiten voor een eenduidige financiering of een pilot te starten.

 

Workshop Register
In de derde workshop werd stil gestaan bij het onderwerp registratie. Het belang en de voordelen van een goede registratie werden door deelnemers onderstreept maar ook werden er obstakels gezien. Wat is de drijfveer om een register te ontwikkelen? Wat is goede dementiezorg en welke gegevens moet je dan vastleggen? Hoe specifiek wil je zijn, zou het niet al mooi zijn om een registratie te hebben voor kwetsbare ouderen?

 

Met elkaar werden enkele voorwaarden geformuleerd om tot een registratie te komen. Maak het doel helder. Welke vragen wil je met een register beantwoorden en voor wie. Geef ook informatie terug, bijvoorbeeld in de vorm van spiegelinformatie. Benut zoveel mogelijk wat er al is, maak dit transparant en stel minimale administratieve belasting van zorgprofessionals als harde randvoorwaarde. Ook werd gesuggereerd om op beperkte schaal te beginnen door te starten met een kernset van gegevens en gerichte pilots op te zetten dicht op de praktijk. Stel randvoorwaarden en een kernset van gegevens vast en laat voldoende ruimte om regionaal de beste uitwerking en systemen te kiezen. Op de vraag wie eigenaar van een register zou moeten zijn werd vooral in de richting van de patiëntenorganisatie gekeken.

 

Na afloop van de workshops werd plenair vooral nog door gepraat over de rol van het Deltaplan Dementie. Hoe kan het Deltaplan Dementie bijdragen om praktijkverbetering te bewerkstelligen? Deelnemers zien voor het Deltaplan Dementie een belangrijke rol als ambassadeur en denktank. Ook pleit men ervoor een duidelijk geluid te laten horen en een krachtige lobby te ontwikkelen. Door de betrokkenheid van zoveel partijen heeft het Deltaplan Dementie een sterke positie los van deelbelangen. Alleen door samenwerking kunnen we verder komen, geen enkele partij kan het alleen. Het meerjarenkarakter van het Deltaplan biedt de kans om met elkaar te al lerend te werken aan pragmatische oplossingen.