De puzzelstukjes van dementieonderzoek bij elkaar leggen

9 december 2015
Datum bijeenkomst: 
26 november 2015

‘Dementie hoort niet per sé bij de ouderdom. Sommige mensen halen kraakhelder de 100’, stelt Denijs Guijt van Deltaplan Dementie bij de start van de themabijeenkomst ‘Het belang van dementieonderzoek’ op 26 november bij ZonMw in Den Haag. Waarom sommigen dementie krijgen en anderen niet is één van de vele vraagstukken waar dementieonderzoek zich op richt.

Nú investeren in onderzoek loont. De afgelopen jaren zijn belangrijke nieuwe ontwikkelingen gedaan, die een versnelling in het onderzoek mogelijk maken. Denk hierbij aan de identificatie van nieuwe risicogenen, het beschikbaar komen van nieuwe biomarkers en de ontwikkeling van nieuwe beeldverwerkingstechnieken om de hersenen te bestuderen. Met de bundeling van geldstromen en een gezamenlijke inzet van overheid, gezondheidsfondsen, bedrijven en onderzoekers ambieert het Deltaplan Dementie landelijke afstemming en synergie.

 

Memorabel

ZonMw heeft voor het Deltaplan Dementie het onderzoeks- en innovatieprogrammaMemorabel ontwikkeld en uitgevoerd. Memorabel is in 2013 gestart, duurt acht jaar en is breed op gezet. Het betreft zowel fundamenteel onderzoek, om het ontstaan van dementie te begrijpen, als toegepast onderzoek voor de benutting van kennis in de praktijk. Gebaseerd op de onderzoeksagenda van Alzheimer Nederland en strategic research strategy van het internationale Joint Programme – Neurodegenerative Disease Research (JPND), zijn voor de eerste fase van Memorabel (2013-2015) vier onderzoeksthema’s benoemd:

  • Oorsprong en mechanisme van dementie
  • Diagnostiek
  • Behandeling en preventie
  • Doelmatige zorg en ondersteuning

 

Het ministerie van VWS heeft voor de eerste fase van Memorabel €32,5 miljoen beschikbaar gesteld. Vanuit Alzheimer Nederland is een bedrag van €12,5 miljoen toegezegd. De eerste subsidieronde van Memorabel is inmiddels afgerond. Uit 137 voorstellen die bij ZonMw werden ingediend, zijn na beoordeling op relevantie en kwaliteit de 20 allerbeste geselecteerd. De onderzoeken beslaan alle genoemde thema’s en betekenen een grote impuls voor het dementieonderzoek in Nederland.

 

JPND

De vergrijzing, en daarmee de explosieve toename van het aantal mensen met dementie, beperkt zich niet tot Nederland, maar is een wereldwijd fenomeen. Op Europees niveau heeft men de handen ineen geslagen met het EU Joint Programme - Neurodegenerative Disease Research (JPND). De Europese Commissie stimuleert de lidstaten om nationale programma’s te formuleren om bij te kunnen dragen aan de internationaal overeengekomen strategic research-agenda. Deze beschrijft de gezamenlijke lange-termijn-visie van 24 betrokken Europese landen, Israël en Canada, en zorgt voor een aanpak om onderzoek van wereldklasse te ondersteunen.

Vanaf 2013 worden de JPND-projecten gefinancierd vanuit het programma Memorabel en zijn de internationale studies gestart. In september 2014 zijn de projecten uit de laatste ronde van JPND bekend gemaakt.

 

PGGM Stimuleringsfonds

Het PGGM Stimuleringsfonds - onderdeel van de samenwerking tussenpensioenuitvoeringsorganisatie PGGM en Alzheimer Nederland - biedt hogescholen en kennisinstituten gelegenheid om onderzoeksvoorstellen te doen. Het maakt praktijkgericht onderzoek naar dementie mogelijk met de focus op:

  • verhogen van de sociale participatie en autonomie van mensen met dementie waarbij rekening wordt gehouden met hun capaciteiten;
  • ondersteuning van mantelzorgers van mensen met dementie door versterking van hun capaciteiten of vermindering van zorgbelasting.

 

De onderzoeken zijn gericht op de patiënt van nu, hebben een hoge mate van praktische toepasbaarheid in werkveld en opleiding en een relatief korte looptijd (maximaal 2 jaar). Bij beoordeling van de onderzoeksvoorstellen worden mensen met dementie, mantelzorgers, praktijkdeskundigen en wetenschappers betrokken. Uit deze groep wordt een onderzoekscommissie samengesteld die de uitvoering van het onderzoek volgt en evalueert. Alzheimer Nederland begeleidt het onderzoek en rapporteert halfjaarlijks aan de onderzoekscommissie over de stand van zaken van het onderzoek.