Erik-Jan Wilhelm: ‘Verzekeraars moeten zich verenigen voor goede dementiezorg’

1 september 2015

Als grootste zorgverzekeraar van Nederland voelt Zilveren Kruis (Achmea)zich verantwoordelijk voor het faciliteren van goede zorg voor het verwachtte toenemende aantal mensen met dementie. Directeur Care Zorginkoop Erik-Jan Wilhelm gelooft dat verzekeraars de handen ineen moeten slaan om in een collectief te werken aan een plan voor goede dementiezorg in de toekomst. ‘Dementie raakt alle pijlers van een zorgverzekeraar: kwaliteit van leven, zelfredzaamheid en goede zorg.’

Eenvoudig is het niet, erkent Wilhelm. Want wat is goede zorg aan mensen met dementie? En hoe geef je die zorg als er, zoals de voorspelling luidt, heel veel mensen met dementie bij komen? Hoe stel je het effect van goede zorg vast als iemand niet altijd meer zelf betrouwbare informatie kan geven? En de belastbaarheid van mantelzorgers, hoe is die vast te stellen? ‘Op dit moment ontwikkelen we binnen het Programma Kwaliteit van Zorg samen met het veld uitkomstindicatoren om deze vragen te kunnen beantwoorden. We staan aan de vooravond van een enorme groei van het aantal mensen met dementie. Als we de zorg daarvoor nu goed inrichten, kunnen we in de toekomst het leed verzachten. Om het positief te benaderen: er liggen kansen om grote winst in kwaliteit van leven te boeken voor mensen met dementie en hun mantelzorgers.’

 

Kwaliteitsstandaard
Goede dementiezorg begint volgens Wilhelm met een uniforme registratie van kwaliteitsinformatie van mensen met dementie in een Nationaal Register. ‘Mensen met dementie zijn geografisch gezien overal, en in het zorgsysteem ook: ze kloppen aan bij de huisarts, de gemeente, wonen in een intramurale setting. We kunnen de kwaliteit van zorg van mensen met dementie in Nederland nu onvoldoende identificeren. Door uniform te registreren kunnen we tot een onderbouwde aanpak komen. Als we gaan experimenteren met oplossingen, wil je kunnen toetsen of het de juiste oplossing is voor mensen met dementie. Dat maakt het makkelijker om een goede innovatie breed gedragen te krijgen. Ik vind evidence based werken een voorwaarde.’
Zorgverzekeraars hebben volgens Wilhelm een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar ook een onontkoombare opdracht. ‘Wil je één kwaliteitsstandaard maken, dan móeten we gezamenlijk optrekken en niet willen dat de interventie van de één beter is dan die van de ander. Nee, we maken met elkaar iets waar we allemaal achter staan.’
Wilhelm ziet voor Zilveren Kruis (Achmea) een belangrijke rol weggelegd in het opzetten van deze non-concurrentiële samenwerking. ‘Alle partijen op één lijn krijgen, de schouders eronder en de boel opschalen, daar nemen we graag onze verantwoordelijkheid in, zoals we dat nu al doen bij het ontwikkelen van uitkomstindicatoren voor dementie. Naast verzekeraars vind ik dat we ook moeten praten met beleidsmakers, zorgprofessionals, woningbouwcoöperaties en makers van domotica. We krijgen andere ouderen in de toekomst. Kapitaalkrachtige mensen, die alles in werking gaan stellen om buiten het systeem te blijven. Ik denk dat mensen zich met elkaar gaan verbinden in private oplossingen. Daar moeten we op inspelen.’

 

Investeren in onderzoek
Achter het Deltaplan Dementie schaart hij zich vol overtuiging. ‘Ik geloof dat alle pijlers van het Deltaplan belangrijk zijn: het voorkomen en genezen van dementie, betere dementiezorg en een dementievriendelijke samenleving. De kracht is vooral de samenhang tussen die drie. Al zie ik wel een volgorde. Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek kan in mijn ogen een groot verschil maken voor alle pijlers. Stel dat het lukt om dichtbij de oorzaak van dementie te komen, dan zou de golf wel eens mee kunnen vallen. We hebben gezien dat investeren in onderzoek ziektes als hartfalen, kanker en hiv/aids enorm hebben veranderd. Ik vind daarom dat we verplicht zijn om te blijven inzetten op onderzoek. Tegelijk moeten we nadenken over de zorg die nu verandert.’

 

De oudere van de toekomst
Met de transitie van financiering uit de AWBZ naar de Wmo moeten partijen een nieuwe taal met elkaar leren spreken, ziet Wilhelm. ‘Het is een puzzel. Ik merk dat het spannend is of de opgebouwde dementienetwerken overeind kunnen blijven. De uitdaging is om op een inventieve manier nieuwe netwerken in te richten, en niet te beginnen met de vraag wie welke rekening betaalt.’ Een goed voorbeeld vindt hij Vivium Zorggroep in de Gooi- en Vechtstreek, die speciaal voor mensen met dementie een woonwijk heeft gemaakt, waar iedereen zoveel mogelijk zijn leven kan voortzetten, zoals hij dat gewend was. ‘Als je weet dat mensen na de constatering van dementie nog flink wat jaren leven, waarvan de laatste paar jaar in een verpleeghuis, dan moet je nadenken over hoe je dat op een goede manier vormgeeft.’

 

Lees ook:

interview met Johan Lettink, TinZ

 

interview met Else Bos, PGGM

 

interview met Ruud Dirkse, directeur DAZ

 

interview met Jan Vuister, directeur Geriant

 

interview met Gea Broekema, directeur Alzheimer Nederland

 

interview met Pauline Meurs, oud-voorzitter Deltaplan Dementie

 

interview met Rien Nagel, lid raad van bestuur Rabobank