Fries ketennetwerk TinZ is uniek in het Nederlandse zorglandschap

10 november 2015
Datum bijeenkomst: 
5 november 2015

Wat is het geheim van het succes van TinZ, het ketennetwerk dementie in Friesland? En zou een vergelijkbaar samenwerkingsverband ook succesvol kunnen zijn in andere Nederlandse provincies? Deze vragen stonden centraal tijdens de themabijeenkomst ‘Dementiezorg, hoe ver is Friesland?’, die het Deltaplan Dementie in samenwerking met lidorganisatie TinZ organiseerde.

Zo’n 75 zorgverleners, casemanagers, verpleegkundigen en adviseurs lieten zich op donderdag 5 november inspireren door de manier waarop TinZ vorm geeft aan het regionale netwerk dementie en casemanagement. Sociaal geriater Jan de Keijzer leidde de interactieve middag in het voormalige gemeentehuis van Joure, dat nu dienst doet als verpleeghuis. Roelof Jonkers, voorzitter van de Raad van Bestuur van TinZ, vertelt dat het idee voor vergaande ketensamenwerking in 2008 ontstond. “Er was in Friesland een grote bereidheid om samen te werken. Zonder blauwdruk van een organisatie zijn we gestart met pionieren. In de loop van de tijd ontstond structuur en zijn randvoorwaarden opgesteld. In 2012 ontstond één ketennetwerk voor dementie, georganiseerd in de coöperatie TinZ. Dit is uniek in het Nederlandse zorglandschap.”

 

Minder meerkosten
Zet dementie een streep door langer thuis blijven wonen? Als het aan TinZ ligt niet. De coöperatie is een samenwerkingsverband van veertig zorgorganisaties in Friesland. Samen willen zij de kwaliteit van de zorg voor mensen met dementie en hun naasten verbeteren. Dit doen ze door ondersteuning, deskundigheid, innovatie en samenwerking. “TinZ fungeert als de spin in het web in het Friese zorglandschap”, vertelt Jonkers. “Door te kiezen voor het model van een coöperatie hebben we een grote bundeling van krachten met behoud van identiteit en soevereiniteit. Die onafhankelijkheid wordt enorm gewaardeerd, ook door onze cliënten.” Er zijn 1.500 clienten en dertig casemanagers aangesloten bij TinZ. Een casemanager is een onafhankelijke, vaste begeleider voor mensen met dementie en hun naasten. Hij of zij informeert, begeleidt, denkt mee, adviseert, regelt zorg en helpt keuzes te maken. Uit onderzoek blijkt dat mensen met dementie dankzij een casemanager langer thuis kunnen blijven wonen en dit leidt tot miljoenen minder aan extra kosten. Ook de zaal is eensgezind over de stelling die dagvoorzitter Keijzer ze voorlegt: zonder casemanager dementie is langer thuis wonen onmogelijk. Voldoende redenen om ons sterk te blijven maken voor de financiering van casemanagement in de toekomst!

 

Transformatie dementiezorg
Zorgverzekeraar De Friesland is al vanaf het begin betrokken bij TinZ. Gertjan Schuinder, zorginhoudelijk adviseur bij De Friesland Zorgverzekeraar: “Wij nemen als verzekeraar onze maatschappelijke rol erg serieus. Het moet vooral gaan over de inhoud van de zorg. Wij steunen TinZ omdat het een krachtig netwerk met veel kennis en ervaring is. Maar dat is geen verplichting voor verzekeraars. Iemand die ergens anders verzekerd is, krijgt wellicht niet dezelfde dementiezorg en daar maak ik mij zorgen over. Daarom hoop ik dat andere verzekeraars ons volgen in de ondersteuning van ketennetwerken dementie.” In de visie van De Friesland Zorgverzekeraar krijgen alle klanten goede zorg en kwaliteit van leven. “Vooral bij dementie is dat heel belangrijk”, zegt Schuinder. “Friesland krijgt te maken met een dubbele vergrijzing. De zorgkosten stijgen en daarom is een transformatie van de dementiezorg nodig. Voor ons zijn participatie van zorg, langer verantwoord thuis wonen en het belang van de sociale omgeving belangrijke uitgangspunten. En staat de kwaliteit, nabijheid en betaalbaarheid van de zorg voorop. Dankzij goede zorgaanbieders in onze provincie zijn wij in staat goede dementiezorg te garanderen aan onze klanten. En dat willen we blijven doen.”

 

Stappen zetten
Het verbeteren van de zorg is, naast het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek en een dementievriendelijke samenleving, één van de pijlers van het Deltaplan Dementie. “In Nederland bestaan grote verschillen in kwaliteit en aanpak”, aldus Denijs Guijt, directeur van het Deltaplan Dementie. “Het moet anders en het kan beter. In de Zorgstandaard Dementie hebben we gedefinieerd wat goede dementiezorg is. Maar hoe gaan we dit implementeren in de praktijk? Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) pakte onlangs de regie en het Deltaplan Dementie wil hiervoor een stimulerend platform bieden en een programma voor goede dementiezorg starten. De eerstvolgende stap is het benoemen van concrete speerpunten en het creëeren van draagvlak en eigenaarschap. De komende maanden zullen wij hiervoor in overleg  gaan met het ministerie van VWS, diverse stakeholders, verzekeraars en onze leden om tot een praktijkgerichte aanpak te komen.” Het uiteindelijke doel is dat er in 2018 in heel Nederland volgens de Zorgstandaard Dementie wordt gewerkt, dat er afspraken zijn gemaakt over gezamenlijke zorginkoop door zorgverzekeraars en gemeenten en dat dementienetwerken in de regio’s effectief met elkaar samenwerken. Dit draagt er uiteindelijk aan bij dat mensen met dementie en hun mantelzorgers een zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven ervaren.

 

Groot én klein genoeg
Dagvoorzitter De Keijzer legt de zaal een afsluitende vraag voor: heeft een samenwerkingsverband als TinZ ook in andere delen van Nederland kans van slagen? De meningen in de zaal verschillen. Eén van de reacties is dat deze samenwerking alleen mogelijk is dankzij de unieke structuur van Friesland: “We zijn groot genoeg én klein genoeg.” Anderen zien ook elders in het land mooie samenwerkingsverbanden van vergelijkbaar niveau en ketennetwerk die daar tot kunnen uitgroeien.

 

Wilt u de presentaties nogmaal bekijken? U kunt deze hieronder downloaden:

 

Presentatie Tinz 

 

Presentatie Deltaplan Dementie

 

Presentatie De Friesland Verzekeraar

 

De volgende themabijeenkomst van het Deltaplan Dementie vindt in samenwerking met lidorganisatie ZonMw plaats op 26 november met als thema 'Het belang van dementie-onderzoek'