Johan Lettink: ‘De casemanager is essentieel in de zorg rond dementie’

14 juni 2015

In Friesland werken 40 zorgorganisaties al jaren samen in de ketenzorg voor mensen met dementie in de thuissituatie. Het samenwerkingsverband is geformaliseerd in de coöperatie TinZ. Het netwerk dekt 99 procent van de extramurale thuiszorg in de regio, de casemanager neemt er een belangrijke plek in. Met deelname aan het Deltaplan Dementie hoopt voorzitter Johan Lettink gezamenlijk sterker te staan in de ambitie voor betere zorg rond dementie. ‘Het bundelen van kennis en kracht is de kern van een coöperatie.’

De coöperatie TinZ -de naam is afgeleid van ‘tinzen’, het Friese woord voor ‘gedachten’- ontstond acht jaar geleden, tegen het einde van het Landelijke Dementieprogramma LPD. Lettink: ‘Plaatselijke Alzheimerclubs gaven aan dat thuiswonende mensen met dementie en hun mantelzorgers geregeld verstrikt raakten in een woud van regelingen en mogelijkheden. Toen ontstond het idee van de casemanager. Een in dementie gespecialiseerde hulp, die de cliënt kan aanspreken en andersom hulp aanbiedt bij vragen over noodsituaties, de zorg en ondersteuning van de mantelzorger. Met als doel mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen op een prettige manier.’

 

De opzet en uitwerking van TinZ klinkt simpel en overzichtelijk, en dat is het ook, vertelt Lettink. ‘Friesland, daar staat een hekje om, zeggen we hier wel eens. Op een oppervlakte van 70 bij 70 kilometer wonen 650.000 mensen. Ongeveer 9500 Friezen lijden aan dementie. Er zijn 40 zorginstellingen actief in de zorg rond dementie en die zijn allemaal aangesloten bij TinZ. Dan zijn er nog twee grote verzekeraars actief in de regio, Achmea en De Friesland Zorgverzekeraar, waarbij het merendeel van onze cliënten is aangesloten. We hebben de regio in zes steunpunten verdeeld, waarover onze 30 casemanagers verdeeld zijn. Zij zijn woonachtig in hun werkgebied en dus op de hoogte van de sociale kaart.’ 

 

Motivatie deelname DPD
Aansluiting bij Deltaplan Dementie was voor TinZ een wens om aan de ene kant kennis en ervaring te delen, en aan de andere kant te kunnen ‘gluren bij de buren’. ‘Het bundelen van kennis en kracht is de kern van een coöperatie. Naast het stroomlijnen van de nodige zorg via de casemanager zet TinZ zich als coöperatie in voor onderzoek, kennisdeling, voorlichting en opleiding. Via het Deltaplan Dementie willen we graag aan anderen laten zien hoe wij met dementiezorg omgaan, maar we zien wat wij doen niet als het enige antwoord. Anderen in het land hebben ook mooie oplossingen.’ De drie pijlers van het Deltaplan Dementie, voorkomen en genezen van dementie, betere dementiezorg én een dementievriendelijke samenleving, ziet Lettink in verbinding met elkaar. ‘Het een kan niet zonder het ander. De zorg is belangrijk, de manier waarop de maatschappij ermee omgaat en ook het wetenschappelijk onderzoek dat inzichten geeft. Ik zou die zichtbaarheid tussen die drie pijlers nog wel wat groter willen zien.’

 

Casemanager onder druk
Een onderwerp dat momenteel veel aandacht vraagt van TinZ is de casemanager. Want met de terugkeer van de wijkverpleegkundige, lijkt de positie van de casemanager in het gedrang te komen. ‘Vooropgesteld: we ondersteunen het bestaan van de wijkverpleegkundige. Maar waar de wijkverpleegkundige er is voor alle kwalen, is de casemanager nu juist gespecialiseerd in de warrige aard van dementie. De casemanager hoeft niet, zoals de wijkverpleegkundige, op de klok te kijken of ze al naar haar volgende adres moet om de steunkousen aan te trekken. Dat is essentieel in het streven achter de invoering van de Wmo, om mensen op een waardige manier langer thuis te laten wonen.’ Werd de casemanager voorheen bekostigd uit subsidieregelingen, nu zoekt men naar een nieuwe tarievenstructuur. Een ergernis. ‘Of het nou AWBZ heet of Zorgverzekeringswet of Wet maatschappelijke ondersteuning, het zijn nog steeds de systemen die de overhand hebben in dementiezorg en niet de daadwerkelijke vraag van de mensen met dementie. Daar stellen we ons tegen in het verweer. Wij zijn intensief in gesprek met de gemeenten en zorgverzekeraars om die meerwaarde van de casemanager te bespreken en te kijken naar een bekostigingsstructuur die recht doet aan de vraag van de doelgroep en hun mantelzorgers. Dit lijkt me nou typisch een onderwerp waar we ons als deelnemers van het Deltaplan Dementie samen sterk voor moeten maken.’

 

Omgaan met dementie
Hoopvol naar de toekomst kijkt Lettink wel. ‘Dementie wordt meer en meer gezien als een maatschappelijk probleem. Dat is een vooruitgang, maar ook een noodzaak met de toenemende aantallen in het vooruitzicht. Het zou mooi zijn als er nog meer begrip komt in de maatschappij voor de gevolgen van dementie, waardoor mensen met dementie geen afscheid hoeven te nemen van de maatschappij, maar er een onderdeel van blijven. Dus moeten we allemaal leren wat we moeten doen als we een verward persoon voor ons hebben. Moet winkelpersoneel weten om te gaan met een klant die drie keer de verkeerde pincode intoetst en de politie weten hoe te handelen als er een scootmobiel midden in de nacht op de snelweg rijdt. Om dat te realiseren moeten we samen een vuist maken tegen dementie. En dat kan mij niet zichtbaar genoeg.’

 

Lees ook:

interview met Else Bos, PGGM

 

interview met Ruud Dirkse, directeur DAZ

 

interview met Jan Vuister, directeur Geriant

 

interview met Gea Broekema, directeur Alzheimer Nederland

 

interview met Pauline Meurs, voorzitter Deltaplan Dementie

 

interview met Rien Nagel, lid raad van bestuur Rabobank