Samen op Weg naar (uitkomsten)sturing van netwerken voor dementiezorg

De zorg voor mensen met dementie wordt in Nederland in de regel geleverd door professionals die met elkaar samenwerken in dementienetwerken. De praktijk leert dat deze netwerken onderling behoorlijk van elkaar verschillen. Er is sprake van een grote variatie in de wijze waarop netwerken dementie functioneren en de aanname is dat dit ook consequenties heeft voor de wijze waarop mensen met dementie en hun naasten ondersteuning en zorg ontvangen.

 

Aanleiding

Op 1 november 2016 was de start van het project van de gezamenlijke zorgverzekeraars gestart om de effectiviteit van netwerken rondom dementie te onderzoeken. De zorgverzekeraars willen hiermee een bijdrage leveren aan het verbeteren van de zorg voor mensen met dementie.

Het project heeft twee doelen:

  1. inzicht krijgen in de slaag- en faalfactoren van samenwerkingsmodellen voor dementiezorg
  2. beschikken over bouwstenen voor de inkoop van dementiezorg, die zoveel mogelijk worden gedragen door zorg- en welzijnsaanbieders en cliëntenorganisaties

De projectgroep bestond uit een afvaardiging van de zorgverzekeraars, Vektis en Vilans.  

 

Verloop van het project

Doel van het onderzoek was om op netwerkniveau data te koppelen van Uitkomst Indicatoren, Netwerk Indicatoren en zorggebruik. Vektis heeft dit onderzoek uitgevoerd. De datasets UID en NID zijn in beheer bij Vilans. Twintig netwerken dementie hebben aan Vilans toestemming gegeven om hun data van de Uitkomst Indicatoren Dementiezorg (UID) en Netwerk Indicatoren Dementie (NID) te delen met Vektis. Met de afspraak dat de gegevens niet herleidbaar zijn naar individuele netwerken.

Vektis heeft de dataset zorggebruik samengesteld. Dit was niet eenvoudig omdat de declaraties van zorggebruik voor mensen met dementie zijn niet geoormerkt met de diagnose dementie. Hierdoor heeft Vektis, in nauwe afstemming met de projectgroep en externe experts, een aantal aannames gedaan om deze dataset samen te kunnen stellen op basis van de declaratiegegevens uit 2015. De projectgroep is zich bewust van de invloed die de aannames en keuzes hebben op de validiteit van de data. Dit alles maakt dat de projectgroep voorzichtig is geweest met het trekken van conclusies uit de onderzoeksgegevens.

In de tweede helft van 2017 heeft Vektis koppelingen gemaakt tussen de data Uitkomst Indicatoren Dementie, Netwerk Indicatoren Dementie en zorggebruik voor de 20 netwerken dementie. Al snel bleek dat de aantallen UID te laag zijn om mee te kunnen nemen in de koppeling. Wél werd duidelijk dat deze koppeling interessante informatie oplevert als voldoende UID-data beschikbaar zijn. 
 

De vijf sleutelfactoren structuur, spelregels, inhoud, ontwikkelingsperspectief en financiering  zijn in het onderzoek als kapstok gebruikt. De projectgroep heeft 15 vragen geselecteerd uit de totale NID-vragenlijst, die informatie kunnen geven over deze vijf sleutelfactoren. Deze vragen zijn door Vektis gekoppeld aan 5 indicatoren zorggebruik, te weten: mensen met dementie met een ziekenhuisopname, fracturen, wijkverpleging, zorgkosten (extramuraal Wlz en Zvw) en SEH-bezoek. Dit levert een groot aantal plaatjes op waaruit blijkt dat er verbanden zichtbaar zijn tussen sleutelfactoren (kenmerken van netwerken) en zorggebruik.

 

Resultaten

Op basis van de eindanalyse wordt het volgende zichtbaar:

  • de netwerken dementie laten verschillen zien op de indicatoren zorggebruik, met name ziekenhuisopnames, wijkverpleging, zorgkosten (extramuraal Wlz en Zvw) en SEH-bezoek
  • per sleutelfactor lijkt het verband tussen wijkverpleging en ziekenhuisgebruik tegengesteld
  • doordat nu ook binnen de Zvw zorggebruik data beschikbaar zijn, worden ook relaties binnen de verstrekkingen zichtbaar (bv effect op SEH-opnames)
  • de baten van een goed netwerk liggen niet alleen in de Wlz maar ook binnen de Zvw (o.a. spoedeisende hulp).

De concept conclusies van het onderzoek zijn besproken met een begeleidingscommissie van experts op het gebied van dementie en onderzoek en een vertegenwoordiging van Alzheimer Nederland. De projectgroep heeft hun aanbevelingen en die van Vektis meegenomen in de voorstellen voor het vervolg.

 

Communicatie

In 2017 is regelmatig overleg en afstemming geweest met de belangrijkste stakeholders: Alzheimer Nederland, ketencoördinatoren van de dementie netwerken, het bestuur van DNN, VWS, bestuur van het Deltaplan Dementie en het programma “Dementiezorg voor Elkaar“ van Vilans.
 

Vervolgtraject

Zorgverzekeraars Nederland hebben besloten om dit project een vervolg te geven. De reden is dat afgelopen jaar veel informatie beschikbaar gekomen is en een verdiepingsslag is nodig om de beschikbare data beter te kunnen interpreteren en aanvullende data te koppelen. Een vervolgonderzoek is nodig om conclusies te kunnen trekken over de effectiviteit van samenwerking in de netwerken en het formuleren van inkoopcriteria voor dementiezorg. In dit vervolgtraject worden de thema’s: dataverzameling, analyses, netwerken en sleutelfactoren nader uitgewerkt. Het plan van aanpak is inmiddels geaccordeerd en de projectgroep is nu, samen met Vektis, bezig met de opzet van dit vervolgonderzoek.  

 

Tot slot

De zorgverzekeraars benadrukken dat het gaat om een ontwikkelmodel. Het is de start van een traject waarbij in de toekomst steeds meer data over zorggebruik van deze doelgroep beschikbaar komen. Zorgverzekeraars en het veld werken samen om komen tot een goede en evenwichtige indicatorenset. Op die manier krijgen we meer inzicht en draagt dit project bij aan steeds hogere kwaliteit van de dementiezorg in Nederland.

 

Voor vragen kunt u contact opnemen met Annette de Ruiter: 06-25201939 of per mail: adr@collegamento.nl